
WTTA voor inleners: 10 vragen die opdrachtgevers zich nu moeten stellen
Wie bij de WTTA vooral denkt aan uitzendbureaus en detacheerders, mist een belangrijk deel van het verhaal. Deze wet verandert namelijk niet alleen de positie van organisaties die personeel uitlenen. Ook de bedrijven die dat personeel inhuren krijgen nieuwe verantwoordelijkheden.
Vanaf de handhaving van het nieuwe stelsel kunnen opdrachtgevers niet meer zonder meer personeel inhuren via iedere uitlener. Er komt een openbaar register, inleners krijgen een eigen administratieplicht en samenwerken met een uitlener die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet, kan ook voor de opdrachtgever gevolgen hebben. Maar wat betekent dat in de praktijk? Deze tien vragen helpen opdrachtgevers om hun eigen voorbereiding onder de loep te nemen.
1. Geldt de WTTA eigenlijk ook voor opdrachtgevers?
Ja. De toelatingsplicht ligt weliswaar bij de uitlener, maar ook de opdrachtgever krijgt verplichtingen. Het uitgangspunt is dat inleners straks alleen arbeidskrachten mogen inhuren van organisaties die volgens de WTTA personeel ter beschikking mogen stellen. Vanaf 1 juli 2027 kunnen opdrachtgevers daarvoor het openbare register van de NAU raadplegen.
Daarnaast moeten inleners administreren welke arbeidskrachten via welke uitlener bij hen werkzaam zijn. Vanaf 1 januari 2028 start de Nederlandse Arbeidsinspectie met de handhaving van deze administratieplicht. De gedachte daarachter is duidelijk: een betrouwbare uitleenmarkt is niet alleen de verantwoordelijkheid van degene die personeel levert, maar ook van degene die het personeel inhuurt.
2. Hoe weet je straks of een uitlener is toegelaten?
Daarvoor komt het openbare register van de NAU. Daarin kunnen opdrachtgevers controleren wat de status van een uitlener is. Dat verandert mogelijk ook de manier waarop organisaties hun leveranciers selecteren. Nu spelen prijs, beschikbaarheid, kwaliteit en dienstverlening vaak een belangrijke rol. Straks komt daar een vrij fundamentele vraag bij: Mag deze organisatie volgens de WTTA überhaupt arbeidskrachten ter beschikking stellen? Een controle in het register kan daarmee een vast onderdeel worden van leveranciersmanagement.
3. Mag je nog personeel inhuren van een uitlener zonder toelating?
In principe niet. Vanaf de handhaving mogen inleners alleen gebruikmaken van uitleners die volgens het nieuwe stelsel arbeidskrachten ter beschikking mogen stellen, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is. Vanaf 1 januari 2028 gaat de Nederlandse Arbeidsinspectie hierop handhaven. Dat is een belangrijk verschil met het beeld dat de WTTA uitsluitend een probleem van de uitlener zou zijn. Ook een opdrachtgever kan worden aangesproken wanneer personeel wordt ingehuurd via een partij die dat niet mag doen.
4. Is één keer controleren voldoende?
Dat ligt niet voor de hand. Een toelating is geen status die per definitie voor altijd hetzelfde blijft. Een toelating kan bijvoorbeeld worden geschorst of ingetrokken. Daarom is het verstandig om niet alleen bij het aangaan van een samenwerking naar de status van een leverancier te kijken, maar deze gedurende de samenwerking te blijven volgen. Daarmee ontstaat meteen een praktische vraag voor organisaties die met meerdere leveranciers werken: Wie is daar intern eigenlijk verantwoordelijk voor? Is dat HR? Inkoop? Contractmanagement? Of de afdeling die de externe medewerkers inzet? De WTTA vraagt daarmee niet alleen om een controle, maar mogelijk ook om een nieuw intern proces.
5. Wat als een leverancier zijn toelating verliest?
Dan kan een compliancevraagstuk plotseling een continuïteitsvraagstuk worden. Wanneer een uitlener niet langer over de benodigde toelating beschikt, kan deze in principe niet zomaar arbeidskrachten blijven uitlenen. Wat dit voor een bestaande situatie betekent, hangt af van de omstandigheden en de geldende regels.
Voor opdrachtgevers is het daarom interessant om verder te kijken dan alleen: heeft mijn leverancier vandaag een toelating? Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer een belangrijke leverancier die status verliest? Kunnen medewerkers blijven werken? Is er een alternatieve leverancier beschikbaar? En welke afspraken zijn hierover contractueel gemaakt? Dat zijn vragen die je liever vooraf beantwoordt dan op het moment dat het probleem zich voordoet.
6. Wordt personeel inhuren duurder door de WTTA?
Dat kan, maar een algemene prijsstijging is niet vooraf vast te stellen. Uitleners krijgen te maken met kosten die samenhangen met het toelatingsstelsel. Denk aan toelating, inspecties, administratieve werkzaamheden en eventuele investeringen in processen en systemen. Voor sommige organisaties speelt daarnaast de financiële zekerheid die binnen het stelsel kan worden verlangd.
Het is denkbaar dat een deel van die kosten uiteindelijk terugkomt in de tarieven richting opdrachtgevers. Daarmee kan de WTTA ook een commerciële discussie veroorzaken: wat mag aantoonbare compliance kosten? De goedkoopste leverancier is immers niet automatisch de leverancier met de laagste risico’s.
7. Moeten bestaande contracten worden aangepast?
Niet ieder contract hoeft automatisch op de schop, maarde NAU adviseert inleners dat dit wel een logisch moment is om bestaande afspraken opnieuw te bekijken. Zo kan worden vastgelegd dat een uitlener gedurende de samenwerking moet blijven voldoen aan de voorwaarden om arbeidskrachten ter beschikking te mogen stellen. Ook kan worden afgesproken wat er gebeurt wanneer een toelating wordt geschorst of ingetrokken.
Bij constructies met onderaannemers en doorlening wordt dat vraagstuk nog relevanter. Want hoe goed kent een opdrachtgever eigenlijk de volledige keten achter de arbeidskracht die uiteindelijk op de werkvloer staat? De WTTA kan daardoor aanleiding zijn om niet alleen de directe leverancier, maar de hele uitleenconstructie opnieuw te bekijken.
8. Welke risico’s loopt een inlener zelf?
Vanaf de handhaving is het niet voldoende om ervan uit te gaan dat de uitlener zijn zaken wel op orde zal hebben. De opdrachtgever krijgt een eigen verantwoordelijkheid. Wie personeel inhuurt via een partij die dit niet volgens de regels mag doen, kan zelf worden aangesproken. Dat is misschien wel een van de belangrijkste veranderingen voor opdrachtgevers. Compliance verschuift van: “Dat regelt mijn uitzendbureau.” naar: “Wij moeten ook kunnen aantonen dat we met de juiste partijen samenwerken.”
9. Wat verandert er binnen de eigen organisatie?
Voor sommige organisaties relatief weinig. Voor andere mogelijk behoorlijk veel. Zeker wanneer met tientallen uitzend-, detacherings- of andere personeelsleveranciers wordt gewerkt, moet worden nagedacht over vragen als: wie controleert de leveranciers, hoe vaak gebeurt dat, waar wordt de controle vastgelegd en wat gebeurt er wanneer een status verandert? Ook afdelingen die misschien niet dagelijks met de WTTA bezig zijn, kunnen daardoor een rol krijgen. Denk aan HR, inkoop, finance, juridische zaken en contractmanagement. De WTTA raakt daarmee niet alleen de relatie met de leverancier, maar mogelijk ook de interne organisatie daaromheen.
10. Wat kun je nu al doen?
Begin bij je huidige leveranciers. Breng in kaart via welke organisaties arbeidskrachten worden ingehuurd en bespreek hoe deze partijen zich voorbereiden op de WTTA. Kijk vervolgens naar de eigen organisatie. Wie wordt straks verantwoordelijk voor de controle? Zijn bestaande contracten daarop ingericht? Hoe wordt vastgelegd van welke partij een arbeidskracht afkomstig is? En wat is het plan wanneer een leverancier niet langer aan de voorwaarden voldoet? Dat zijn geen vragen die pas op 1 januari 2028 relevant worden. Juist de periode daarvoor is bedoeld om processen, afspraken en verantwoordelijkheden goed in te richten.
De WTTA maakt compliance een ketenverantwoordelijkheid
Misschien is dat wel de belangrijkste verandering voor opdrachtgevers. De WTTA gaat niet alleen over de vraag of een uitzendbureau of detacheerder zijn administratie op orde heeft. Het nieuwe stelsel vraagt ook van opdrachtgevers dat zij bewuster kijken naar de partijen waarmee zij samenwerken.
Daarmee kan ook de relatie tussen inlener en uitlener veranderen. Een geldige toelating wordt een basisvoorwaarde, controle wordt onderdeel van leveranciersmanagement en transparantie binnen de keten wordt belangrijker. Voor opdrachtgevers is de vraag daarom niet alleen: Is mijn uitzend- of detacheringsbureau klaar voor de WTTA?
Er hoort nog een tweede vraag bij:
Zijn wij als opdrachtgever zelf klaar voor onze nieuwe rol?